Mijn vader en de huisartsen.

Deze enige reden dat ik deze bladzijde over mijn vader en de huisartsen heb gemaakt, is omdat ik het overlijden van mijn vader bij de huisartsen heb genoemd. Dat deed ik om zo te proberen dat huisarts B1. zou ophouden om verkeerd op mij in te blijven praten.

Met hulp van een zelfstandige arts, dokter T4., was mijn vader gestopt met roken. Mijn vader vond dokter T4. een sympathieke dokter, waarmee op een normale manier een goed gesprek mee was te voeren.

Mijn vader was al een aantal jaren gestopt met roken, toen hij in 1992 pijn in zijn borst kreeg, aan de linkerkant boven zijn hart.
Op dat moment wist ik nog niet dat iemand die stopt met roken in de jaren daarna meer kans heeft om longkanker te krijgen.
Omdat hij daar last van bleef houden, hebben wij als gezin tegen hem gezegd om er dan mee naar de huisarts te gaan. Op dat moment liep mijn vader dus al een tijd met die pijn.

Helaas wist mijn vader niet het verschil tussen huisarts B1. en huisarts J5., en ik weet ook niet of hij steeds dezelfde huisarts had of soms iemand anders.
De huisarts besloot om mijn vader niet serieus te nemen en het af te doen als spierpijn. Mijn vader had echter veel met tapijten gesjouwd en wist heus wel wat spierpijn was.
Zoals mijn vader het beschreef dan waren het niet de spieren op zijn rug en niet de spieren op zijn borstkas, maar meer van binnen. Hij zei een keer tegen ons of het misschien zijn hart was, maar de plek die hij aanwees was boven zijn hart.
Daarnaast had mijn vader aan dezelfde kant een zere arm bij bepaalde bewegingen. Dat had hij al heel lang en dat had dus niet te maken met de pijn boven zijn hart. Achteraf had de zere arm van mijn vader mogelijk te maken met zenuwbeknelling bij zijn wervelkolom. Hij had een scheve rug.

De huisarts verwees hem door naar fysiotherapie, en toen dat niet hielp verwees de huisarts hem opnieuw naar fysiotherapie en ik dacht later nog eens. De fysiotherapeut heeft ook nog met de huisarts gesproken, om duidelijk te maken dat meer nodig was dan alleen fysiotherapie. Maar ook de fysiotherapeut kon niet tot de huisartsen doordringen.
Toen de pijn bij mijn vader doortrok naar zijn arm werd dat in het ziekenhuis bekeken, en werd er een injectie gegeven tegen verkalking in zijn schoudergewricht.

Met Kerst 1992 wilde mijn vader dat er een foto van hem gemaakt zou worden. Dat is opvallend omdat hij meestal niet op een foto wilde. Dus waarschijnlijk voelde hij zelf aan dat er iets aan de hand was, maar blijkbaar kon hij daarmee niet bij de huisartsen terecht. Het was toen aan mijn vader nog niet te zien dat hij ziek was.
Nadat mijn vader was overleden vertelden verschillende mensen over het contact met mijn vader. Mijn vader bleek al een paar maanden voor Kerst 1992 aan iemand verteld te hebben dat het niet goed met hem ging.

Mijn vader deed een keer 's nachts alle lampen in huis aan omdat hij niet goed meer zag. Dat bleek later door de hersentumor te komen. Wij hadden dat toen niet door. Normaal zou iemand met zo iets naar de huisarts gaan, maar mijn vader kon daarmee blijkbaar niet bij de huisartsen terecht.
Iemand anders belde mijn moeder op om te zeggen dat het niet goed ging met mijn vader. Pas toen drong het tot ons door dat er echt iets aan de hand was.

In 1993 (eind januari of begin februari) werd mijn vader in het ziekenhuis opgenomen en al snel bleek dat hij longkanker en een hersentumor had. De hersentumor was waarschijnlijk een uitzaaiing van de longkanker, en de hersentumor was inmiddels al zo groot dat het niet meer te opereren was. Drie maanden later is mijn vader aan de hersentumor overleden.

Later vertelde huisarts J5. tegen mijn moeder dat er bij mijn vader fouten zijn gemaakt.
Ik ben van mening dat dit niet zomaar fouten zijn, maar dat de verwijtbare tekortkomingen van de huisartsen te maken heeft met hun persoonlijke instelling.

Het is mogelijk dat de huisartsen zich beledigd voelden omdat mijn vader naar de zelfstandige arts dokter T4. was geweest.
Mogelijk dat ze daardoor bewust of onbewust de klachten van mijn vader minder serieus namen. Gezien het gedrag van de huisartsen om mij in eerste instantie als een soort automatisme tegen te werken, zou mij dat niet verbazen.

Toenderdtijd was longkanker nog niet goed te genezen, dus het is achteraf niet te zeggen hoeveel langer mijn vader nog geleefd zou kunnen hebben.

De huisarts(en) die op deze manier hun werk hebben gedaan, hebben zich nooit hoeven verantwoorden. Zij hebben hun inkomsten ontvangen en zij en hun familieleden hebben van dat geld profijt gehad.
Het dossier van mijn vader is achteraf niet meer op te vragen.
Er kwam op een bepaald moment een regel dat medische dossiers na 15 jaar verwijderd moesten worden (in 2020 werd dat 20 jaar). In het dorp waren er echter geruchten dat een huisarts gezegd zou hebben dat ze de dossiers zouden bewaren. De bovenverdieping van de huisartsenpraktijk is voor dossier-opslag.
bovenverdieping huisartsenpraktijk

Daarom vind ik het erg wrang dat als ik 5 jaar na het overlijden van mijn vader bij huisarts J5. kom, dat hij er dan voor kiest om mij niet serieus te nemen en mij op meerdere manieren te belazeren.
Ik vind het net zo erg wrang dat als ik 10 jaar na het overlijden van mijn vader bij huisarts B1. kom, dat hij er dan ook voor kiest om mij niet serieus te nemen en dat hij probeert om mij in een psychische richting te duwen.

Dit gedrag betreft trouwens niet alleen deze twee huisartsen.
Ongeveer in 2014 (ik kan er een paar jaar naast zitten) had mijn moeder een wondje in haar hals dat niet wilde genezen. De huisartsen, en met name huisarts S9. probeerden een zalfje en een speciale pleister, maar dat hielp niet. Uiteindelijk werd mijn moeder naar het ziekenhuis doorverwezen en het bleek een milde vorm van huidkanker te zijn.
De huisartsen hadden mijn moeder daar meer dan een half jaar mee laten lopen. Dat vind ik erg lang, en ik denk dat mijn moeder geluk heeft gehad dat het een milde vorm van huidkanker was.





vader


Laatste wijziging van deze bladzijde: januari 2020