Brief aan directeur M3.

2000

Door de problemen rond mijn WAO-uitkering heb ik in het jaar 2000 een beroep gedaan op verschillende advocaten. Toen bleek dat over de eerste 8 maanden van dat jaar, ik al f17.000 gulden (ruim 7500 euro) had betaald aan advocaatskosten, heb ik de volgende brief geschreven.
Die brief heb ik ook geschreven, omdat ik niet in staat was om alle brieven en klachten te schrijven die ik zou willen doen.

thumbnail

Aan: G., kantoor G.
t.a.v. dhr. M3., regiodirecteur
Per fax: ###

27 september 2000

Copy:

Geachte heer M3.,

In de beslissing van 14 juli 2000 (over mijn ziekmelding van 5 maart 1997) wordt aangevoerd dat er geen periode van 4 weken aan te wijzen is, waarbij de arbeidsongeschiktheid is toegenomen, en dat ik volgens het medisch onderzoek van 15 februari 2000 onveranderd 15 tot 25% arbeidsongeschikt zou zijn.

De Ziektewet-verzekeringsarts heeft mij echter wel voor 4 weken geaccepteerd. Door een fout lijkt dat misschien niet zo, maar met mijn klacht van 26 februari 2000 heb ik dat recht gezet. Verder gaat het om mijn gezondheid op 5 maart 1997, en daarvoor kan mijn gezondheid op 15 februari 2000 (datum medisch onderzoek) niet gebruikt worden. En bij dat "medisch onderzoek" was ikzelf niet eens aanwezig.

De afgelopen jaren zijn de beslissingen gebaseerd op een niet-bestaand F.I.S.; op een niet-bestaand belastbaarheidsprofiel; op verkeerd overgeschreven rapporten; en op een verkeerde uitleg van de term 'mechanisch-funktionele stoornis'. Ondanks dat die dingen duidelijk zijn aangetoond, wordt er blijkbaar gewoon mee doorgegaan om daar beslissingen op te baseren.

Op deze manier voel ik mij gedwongen om me tegen zulke beslissingen te verweren, zodat dit de 7e beroepszaak wordt vanaf 1992. Ik vind het echter onredelijk, dat ik mijn advocaat moet betalen, om zich met dergelijke zaken bezig te houden. Daarom wil ik u hierbij voorstellen, om zijn rekeningen voortaan naar u door te sturen.

Met vriendelijke groet,
D.


Op die brief kreeg ik geen antwoord van de uitvoeringsinstelling. Ik had een copie verstuurd naar de staatssecretaris, en van hem ontving ik de volgende reactie.

thumbnail

De heer D.

Uw brief 27 september 2000
Ons kenmerk SV/WV/OO/64470
Onderwerp WAO
Datum 17 okt. 2000
Contactpersoon V.

Geachte heer D.,

Uw faxbericht is in goede orde ontvangen. Hierin bestrijdt u kennelijk een beslissing van het G. waarin zij uw mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld. In reactie daarop deel ik u het volgende mee.

Hoewel de politieke verantwoordelijkheid voor de sociale zekerheid op landelijk niveau bij mij ligt, mag ik mij niet mengen in een individuele socialeverzekeringskwestie
Ons bestel is namelijk in grote lijnen zodanig ingericht dat de verschillende taken en bevoegdheden zijn toebedeeld aan van elkaar onafhankelijke instanties waarmee verstrengeling van belangen wordt voorkomen:
* de wetgever (de regering en het parlement) brengt de wet tot stand;
* de uitvoeringsinstelling (uvi), in uw geval het G., voert de wet uit, en heeft vanwege zijn individuele aanpak binnen de kaders van die wet een zekere beleidsvrijheid;
* de rechter toetst het handelen van de uitvoerder weer aan de wet.
Het is dus niet aan mij, maar aan de uvi om bijvoorbeeld te beslissen over een uitkering; het is daarna eventueel aan de rechter om de handelwijze van de uvi te beoordelen. Uit uw faxbericht maak ik op dat u met betrekking tot bovengenoemde beslissing de beroepsrechter inschakelt. Of deze de beslissing van de uitvoeringsinstistantie wijzigt of ongedaan maakt, zult u dan ook moeten afwachten.

Hoogachtend
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


Laatste wijziging van deze bladzijde: augustus 2001