rapport van psychiater E2.

1994

In 1994 liep er een beroepszaak over mijn WAO-uitkering. Psychiater E2. trad op als deskundige om de rechtbank te adviseren.

Hieronder volgt de brief van de rechtbank aan de psychiater, met het verzoek mij te onderzoeken.

thumbnail thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

De heer dr. E2.
kinderpsychiater

reg.nr.: 94/432   93 / 732 AAW /WAO
uw kenmerk:
M., 3 oktober 1994
casusnr.:
onderwerp: het beroep van D. te ###

Geachte heer,

Bij deze rechtbank is het bovengenoemde beroep aanhangig.
Het dossier zend ik u hierbij toe.

De rechtbank heeft u als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek. Indien u deze benoeming aanvaardt bent u verplicht de in de bijlage bij deze brief geformuleerde opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen.

Voor de oproeping van betrokkene kunt u desgewenst gebruik maken van bijgaand formulier, waarop tijd en plaats van het onderzoek nog moeten worden ingevuld.

Ik stel het op prijs uw schriftelijk verslag, vergezeld van het dossier, binnen twee maanden na de dagtekening van deze brief te ontvangen.

Hoogachtend,
griffier.

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

Reg. nr.: 93 / 732 AAW /WAO en 94 / 432

OPDRACHT DESKUNDIGENONDERZOEK

inzake het beroep van D.,
wonende te ###
tegen Het bestuur der Nieuwe Industriële Bedrijfsvereniging, A..

I. OPDRACHT:

D. te onderzoeken en aan de hand van de bevindingen ter zake de volgende vragen te beantwoorden.

II. VRAAGSTELLING:

A. 1. Acht u eiser - medisch gezien - op 1 oktober 1993 en 1 juni 1994 in staat zijn eigen werk van programmeur gedurende 6 uur per dag te verrichten?
Voor een beschrijving van deze arbeid verwijs ik u naar gedingstuk B2.1 (zie AAW/WAO 93/732).

Ik verzoek u bij de behandelend sector inlichtingen in te winnen omtrent eisers gezondheidstoestand en hiervan melding te maken in uw rapport.

B. Acht u het gewenst dat een deskundige op een ander terrein terzake een onderzoek verricht?

C. Valt te vrezen dat kennisneming door betrokkene van uw verslag van dit onderzoek zijn of haar geestelijke of lichamelijke gezondheid zal schaden?


Ik ontving de volgende (ongedateerde) brief van de rechbank.

thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

AANTEKENEN

De heer D.

M.
reg.nr.: 93 / 732 AAW/WAO en 94/432
onderwerp: oproeping geneeskundig onderzoek.
telefoon voor dit onderwerp: ###

Geachte heer,

Met betrekking tot het beroep roep ik u op om u persoonlijk, onder overlegging van deze oproeping, op 18 oktober om precies 13 00 uur, te melden bij dr. E2., psychiater
aan het adres ### (centrum "I.")

U bent wettelijk verplicht aan deze oproeping gevolg te geven en zich aan het onderzoek te onderwerpen. Indien u niet aan deze verplichtingen voldoet kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen. Uw kosten worden niet vergoed, tenzij uw beroep gegrond wordt verklaard en verweerder in de proceskosten wordt veroordeeld.

Hoogachtend,
###,
griffier.


De onderstaande brief van 18 oktober 1994 zat in mijn dossier, met mijn handtekening eronder. Ik weet echter niet meer waar en hoe ik dat heb ondertekend. Het lijkt op een machtiging waarbij de psychiater contact met mijn huisarts mag opnemen.

thumbnail

Arrondissementsrechtbank te M.
Sector Bestuursrecht

Reg. nr.: 93 / 732 AAW /WAO REN M3
      94/432

MACHTIGING

Overeenkomstig het verzoek van de president van de rechtbank machtigt ondergetekende:
D.
geboren: ### 1965
wonende: ###, ###
hierbij de huisarts: G.
wonende: A.
en de specialist(en): géén medisch specialistische behandeling

om met betrekking tot de beroepsprocedure, die door ondergetekende aanhangig is gemaakt bij deze rechtbank en is geregistreerd onder nummer 93 / 732 AAW /WAO REN M3, die medische inlichtingen te verstrekken aan de door de rechtbank aan te wijzen deskundige(n) over de gezondheidstoestand die van belang zijn voor de uitvoering van de verstrekte opdracht.

18-10-'94
(datum)

###
(handtekening)


Vervolgens vond het gesprek plaats. Het duurde twee uur en ik hield dat vrij goed vol, omdat de stoel vrij redelijk zat, en omdat de zon in de kamer scheen waardoor het goed warm was. Het laatste kwartier kon ik door het oplopen van lichamelijke klachten (o.a. verkrampen van rug en nekspieren) niet zo veel meer uitbrengen, maar ik vond dat zelf nogal meevallen (op het werk bij een lange vergadering had ik vaak veel meer problemen).

Na afloop van het gesprek heb ik mijn familie verteld, dat het een goed gesprek was. Ik kreeg voldoende gelegenheid om te vertellen over hoe ik toch nog zoveel mogelijk mijn werk probeerde te doen ondanks de lichamelijke klachten. En soms vroeg de psychiater: "Dus je bedoelt dat...", en dan stelde hij een meer specifieke vraag, waaruit bleek dat hij het had begrepen.

Hieronder volgt het rapport wat de psychiater schreef.

thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail

Aan de heer W,
griffier van de Arrondissementsrechtbank

26 oktober 1994

Weledelgestrenge heer,

Het betreft de beroepszaak van de heer D. De somatische anamnese en beoordeling staat uitvoerig vermeld in rapportage voor de Raad van Beroep door kollega S., orthopedisch chirurg, daterend van 17 juni 1994. De vraagstelling die beantwoord moet worden luidt of eiser medisch psychiatrisch gezien op 1 oktober 1993 en 1 juni 1994 in staat moet worden geacht zijn eigen werk van programmeur gedurende 6 uur per dag te verrichten. Ik onderzocht betrokkene op 18 oktober 1994.

Status praesens:
Betrokkene wil direkt z'n dagbesteding vermelden waartoe hij uiteraard de gelegenheid krijgt: hij staat tussen half 8 en 8 uur 's morgens op, gaat dan altijd warm douchen want dat helpt tegen zijn nekklachten en vervolgens ontbijten. Om half 9 gaat hij naar zijn werk en hij werkt van 8.45 tot 12.30 bij C. Hij gaat dan met de auto om zichzelf zoveel mogelijk te ontlasten. Vervolgens gaat hij lunchen en daarna op bed liggen tot ongeveer 17.00 uur. Hij maakt dan het eten klaar, wast af, gaat t.v. kijken en gaat rond 21.00 uur op bed liggen. Betrokkene woont zelfstandig maar eet de weekenden bij zijn moeder thuis. Betrokkene vertelt nauwelijks andere bezigheden te hebben en eigenlijk geen of nauwelijks vrienden te hebben. Hooguit 4 keer per jaar is hij een uurtje bij een vriend. Zoals gezegd gaat hij wel ieder weekend naar zijn moeder, hetgeen hij ook al deed voordat zijn vader vorig jaar overleed.
Betrokkene heeft geen hobby's en zit niet op een of ander klub. Hij houdt wel van racefietsen maar dat doet hij niet meer en ook heeft hij het zwemmen opgegeven i.v.m. hoofdpijn en duizeligheid.

Hij moet van deze aktiviteiten onmiddellijk een week herstellen zoals hij het zelf noemt. Ook komt hij tot de volgende uitspraak: "ik heb m'n hobby's en vrienden opgegeven om werk vol te kunnen houden".

Wat betreft de klachten zegt hij het volgende: Z'n rugklachten gaat wat beter, o.a. door de behandeling bij dhr. D., osteopaat. Hij heeft thuis aangepaste stoelen en dat gaat wel goed. De nekklachten nemen echter wel toe waardoor hij weer hoofdpijn en duizeligheidsklachten krijgt. Volgens betrokkene hebben de nekklachten en de hoofdpijn en duizeligheidsklachten met elkaar te maken. Er zit namelijk in z'n nek links een zere plek waardoor hij verkrampte spieren krijgt. Vandaar ook dat de warme douche 's morgens helpt.
Hij vertelt dat hij 's middags bij het rusten volstrekt in stilte en duisternis moet liggen. Anders herstelt hij niet goed. De reden waarom dit precies zo moet gebeuren kan hij echter niet goed opgeven. Hij heeft van de zomer een tijdlang met een kraag rondgelopen en dat hielp wel goed maar zo'n kraag zou z'n spieren verzwakken en uiteindelijk zou hij dan slechter af zijn. Hij schaamt zich er een beetje voor dat zijn moeder en zijn zusje z'n huis moeten schoonmaken omdat hij dat zelf onvoldoende kan. betrokkene vertelt dat hij feitelijk 6 uur per dag zou moeten werken en is daar in oktober 1993 wel mee begonnen maar dat lukte maar 2 weken. Toen kreeg hij weer hoofdpijn en duizeligheid en hij kwam niet tot rust waardoor hij zich ziek heeft gemeld en nu in overleg met z'n werkgever halve dagen is gaan werken. Hij vertelt ook dat hij z'n vakantiedagen en ook extra onbetaald verlofdagen gebruikt om uit te rusten tussendoor. Als ik vraag wat hij zou doen met vakantiedagen indien hij die wel op zou nemen, weet hij dat niet goed. Hij zou dan meestal bij zijn moeder zitten. Hij zou bijvoorbeeld niet naar het strand kunnen gaan want dat is te veel moeite, te veel licht en te veel lawaai. Als ik vraag wat hij feitelijk van zijn huidige bestaan vindt, zegt hij dat hij veel steun van zijn moeder en zijn zuster krijgt en dat hij dat noodzakelijk en prettig vindt. Verder doet hij z'n werk ook graag en het gaat goed met kollega's. Wel realiseert hij zich dat er een vriendin niet in zit omdat hij zo per dag nogal gestruktureerd leeft. Toch gaat hij er blijmoedig vanuit dat e.e.a. in de toekomst nog wel goed komt. Als ik vraag waarom hij uiteindelijk zo weinig sociale relaties onderhoudt zegt hij dat dat te inspannend zou zijn en dat hij aan zichzelf genoeg heeft. De kontakten op het werk gaan meestal over het werk en zijn oppervlakkig. Hij vertelt dat hij blij is met de huidige werksituatie omdat hij minder goede stage-ervaringen in de persoonlijke sfeer heeft. De stemming van betrokkene is wat wisselend. Hij voelt zich beslist niet depressief. Hij probeert van dag tot dag te leven. Hij heeft het idee dat God hem steunt in zijn werk en dat het leven beslist niet zinloos is. Soms heeft hij wel een spuugzat gevoel. Angsten heeft hij niet en ook geen dwang.

Als ik vraag wat zijn droomwens zou zijn als een tovenaar die in vervulling zou laten gaan zegt hij dat hij christen is en dat hij het daarvan moet hebben en niet van tovenaars. Hij zou bidden dat ### christen mag worden ook al belemmerd hem dat in z'n vriendschap niet. Hij ziet ### overigens nauwelijks. En verder zou hij om gezondheid bidden. Als ik vraag of hij wel eens verliefd is geweest zegt hij dat hij nooit een vriendin heeft gehad en nooit verkering maar ook niet verliefd is geweest. Hij vertelt dat toen hij in B. woonde weleens een aardige vrouw heeft ontmoet waar hij echter uit de buurt is gebleven en het achteraf stom vond dat hij daar geen kontakt mee heeft gezocht. Hij heeft dus ook nooit seksuele relaties gehad. Betrokkene heeft alleen kontakt gehad met mannen en zou niet aan homoseksuele twijfels lijden. Hij vertelt dat z'n vrienden hem niet zo erg geloven in al z'n klachten en dat alleen z'n moeder en z'n zuster hem serieus nemen.

Voorgeschiedenis:
Betrokkene is in ### geboren in een gezin met vader, moeder, een 2 jaar oudere zuster en hijzelf. Hij noemt z'n zusje net zo eigenwijs als hijzelf. Z'n vader was w. en had een winkel in m. en v. De sfeer was niet zo naar z'n zin hij geeft het vooral een onvoldoende. Het kontakt met elkaar was niet zo goed. Betrokkene stelt dat het geloof wat via zijn zuster toen die op 16-jarige leeftijd het gezin verliet in het gezin is geintroduceerd de gezinsleden onderling meer met elkaar in kontakt heeft gebracht. Het is opvallend dat betrokkene heel weinig jeugdherinneringen heeft zeker over de lagere schoolperiode. Van de middelbare school herinnert hij zich vooral fietskontakten omdat hij vanuit ### naar de stad moest fietsen. Hij fietste dan wel eens met een jongen mee. Betrokkene is toen hij van de middelbare school afkwam naar de HTS in R. gegaan waar hij op en neer reisde. Toen hij daarmee klaar was in 1988 ging hij in M. wonen, eerst bij zijn zusje omdat hij slecht met z'n ouders bleek te kunnen opschieten. Betrokkene zat toen in de put en voelde zich ook depressief. Betrokkene kon z'n draai niet vinden. Uiteindelijk blijkt dat betrokkene al vanaf z'n vroege jeugd een beetje als een kneusje is beschouwd en dat hij ook op de middelbare school niet naar disco's ging wat andere jongens wel deden. Z'n vader zei regelmatig wanneer word je eens een gezonde Hollandse jongen, maar aan dat beeld heeft hij nooit kunnen voldoen. Hij ging liever wat sporten, meestal alleen. Op de HTS in R. trok hij zich steeds meer van z'n ouders terug en kon de aansluiting bij leeftijdsgenoten moeilijk vinden. Hij werd toenemend depressief. Betrokkene wijt dit vooral aan vermoeidheid en weinig met z'n ouders over de problemen kunnen praten. Hij had het idee dat z'n vader te weinig aandacht voor hem had en z'n moeder hem te sterk bemoederde. Z'n moeder vond het dan ook heel erg toen hij bij z'n zuster ging wonen in 1988. Na ongeveer 5 maanden kwamen er weer gesprekken met z'n ouders. Dit is vooral via het geloof gegaan. Sindsdien is het kontakt met z'n ouders een stuk beter geworden.

Betrokkene is eerst nog in B. gaan werken en wonen maar kon daar niet aarden want hij was geen café-type. In 1990 is hij terug in Z. gekomen. Toen zijn vader in april 1993 overleed was dat voor hem ook een intensieve periode met toename van klachten. De onderlinge band tussen moeder, zuster en betrokkene zelf is toen nog hechter geworden. Z'n zusje heeft inmiddels een vriend en die gaat volgend jaar trouwen. Toen hij in 1991 klachten kreeg van vermoeidheid en allerlei rug- en nekpijnen dacht men eerst dat het psychiatrisch was. Dat kwam omdat bij betrokkene alles moeilijk liep. Hij had het toen ook niet naar z'n zin op het werk omdat hij werk deed dat niet gebruikt werd. Later is hij in deze baan nuttiger werkzaamheden gaan verrichten. Hij heeft ook kort een R.-kontakt gehad maar dat hielp niet, het vlotte niet.

Zelfomschrijving:
Betrokkene geeft eerst als antwoord dat hij een "lang stom stuk vreten" is. Even later blijkt dat dit een soort grapje is maar ook een soort ontwijking van die vraag. Wanneer ik daar toch op aandring zegt hij dat hij niet agressief is omdat hij door de R. wel als passief agressieve persoonlijkheid is geduid. Hij noemt zichzelf eigenwijs, optimistisch, niet zo uitbundig, iemand die wel kontakten nodig heeft maar die dat helaas niet veel heeft. Hij vertelt op z'n verjaardag vaak te zeggen dat mensen maar moeten wegblijven. Als ik vraag waarom hij zo weinig aan sociale kontakten doet, zegt hij dat hij het niet kan.

Visie op het werk:
Betrokkene stelt dat hij niet meer dan de 3,9 uur die hij thans werkt kan werken. Ik stel tegenover betrokkene dat ik me het kan voorstellen dat hij gezien zijn nekklachten bijvoorbeeld niet lang achter elkaar op een burostoel kan zitten of achter een komputer of iets dergelijks maar dat ik mij minder goed kan voorstellen dat hij een toename van zijn nekklachten krijgt wanneer hij bijvoorbeeld 's middags of 's avonds wat meer aan sociaal verkeer zou deelnemen. Betrokkene stelt dat dit wel zo is maar hij kan niet goed duidelijk maken waarom. Hij vertelt dat hij 's middags en 's avonds volledig gericht is op de werkzaamheden van de volgende ochtend en zich daar op prepareert. Als hij een kontakt met een vriend zou hebben dan zou hij de volgende ochtend niet naar z'n werk kunnen. Betrokkene houdt op uiterst rigide wijze aan dit concept vast.

Psychiatrische taxatie:
Betrokkene is een lange man met kort donkerblond stekeltjes haar en lichte wat starende ogen waarmee hij je wel aankijkt maar in feite moeilijk te peilen oogkontakt mee maakt. Hoewel betrokkene koöperatief aan het onderzoek lijkt mee te doen is de opstelling uiteindelijk defensief en is er zeker geen sprake van een kontaktgroei. Eerder moet onderzoeker vaststellen dat er met betrokkene nauwelijks kontakt te maken is omdat het gesprek zich op geen enkel terrein weet te verdiepen. De mededelingen blijven oppervlakkig, stranden in rigide uitspraken of geloofsbelijdenissen.

Discussies worden daarmee afgekapt en de uitspraken van betrokkene zijn meer statements. Wanneer er persoonlijke vragen komen of betrokkene wat met z'n situatie wordt gekonfronteerd begint betrokkene wat krampachtig te lachen en verwijst onmiddellijk naar de volgende deskundige die in deze beroepszaak zal optreden omdat hij het met de visie die mogelijk achter mijn konfrontatie schuil zou gaan niet eens is.

De orientatie in tijd, plaats en persoon is verder goed en er zijn geen waarnemingsstoornissen. Het denken is gepreoccupeerd met lichamelijke zwakte en beperkingen en lijkt ook sterk egocentrisch. Betrokkene geeft zelf ook aan een zeer eigenwijs persoon te zijn. Er zijn zoals gezegd zeer duidelijke kontaktuele beperkingen. Mijns inziens hebben deze kontaktproblemen altijd al bestaan. De stemming is normofoor en angst en dwang lijken niet voor te komen. Het hele beeld van betrokkene imponeert mij zeker als pathologisch waarbij er sprake lijkt van een ontwikkelingsstagnatie. Er lijkt vroege persoonlijkheidsproblematiek te spelen, psychodynamisch gezien wortelend in de autonomiefase rond het 2e - 3e levensjaar. Betrokkene is in zijn psychoseksuele en psychosociale funktioneren niet verder gekomen dan dat in feite. Toen betrokkene wat meer loskwam van thuis ontwikkelde hij een depressief beeld en heeft zich via het geloof regressief weer in het oude gezin genesteld. Het is ten koste gegaan van sociale uitgroei en ook de somatische verschijnselen zie ik als een defensiemanoeuvre. Deze funktionele kant van de klachten is met betrokkene absoluut niet bespreekbaar. Er bestaat een massale afweer tegen psychogene duiding van zijn klachten. Toch lijkt me deze interpretatie van zijn klachten zeer waarschijnlijk. Het aantal uren dat betrokkene werkt lijkt een soort eiland te vormen waarop betrokkene min of meer normaal lijkt te funktioneren ook al zijn ook daar de kontakten funktioneel en oppervlakkig. Betrokkene lijkt ervoor te leven om dit nog in stand te houden. Waarom dit uiteindelijk maar een kleine 4 uur per dag is kan betrokkene in feite niet goed motiveren.

Overleg met de behandelende sektor:
Op 18 oktober 1994 heb ik uitvoerig telefonisch overleg gevoerd met de huisarts G. Deze deelt mijn visie en zal betrokkene binnenkort oproepen op zijn spreekuur om toch nog eens voor een psychiatrische behandeling te pleiten.

Samenvatting en beantwoording van de vraagstelling:
Betrokkene is een 29-jarige ongehuwde jongeman afkomstig uit een affektief minder plezierig funktionerend gezin van waaruit betrokkene altijd al moeite had om kontakten te leggen met leeftijdsgenoten en in de ogen van zijn ouders niet naar behoren funktioneerde althans niet "zoals een gezonde Hollandse jongen" zou moeten doen.
Betrokkene heeft wel een normale en goede schoolkarrière weten af te ronden maar de ontwikkeling naar normaal zelfstandig wonen, werken en het vinden van een levenspartner is duidelijk gestagneerd.

Psychodynamisch gezien lijkt er sprake van een emotionele ontwikkelingsfixatie in de pre-oedipale fase, precieser gezegd een emotionele stagnatie in de autonomiefase in de leeftijd rond 2 - 3 jaar. Dit heeft gezorgd voor ernstige kontaktproblemen ook in de psychoseksuele sfeer, ernstige rigiditeit en eigenwijsheid en koppigheid, en het sterk somatisch reageren op externe stress. Werk en sociaal verkeer vormen voor betrokkene zo'n bron van stress.
Middels een uitermate rigide leefpatroon en het sterk gericht zijn op God en christenzijn is betrokkene nog enigszins in balans. Het gaat wel ten koste van een aantal uren arbeid, van sociale kontakten en met een redelijke mate van lichamelijke klachten. Op zichzelf zijn er onvoldoende argumenten aan te dragen waarom betrokkene maar 4 uur zou kunnen werken en niet bijvoorbeeld 6 uur per dag. Vermoedelijk zal betrokkene rond een arbeidssituatie van 6 uur een even rigide en beperkt leefpatroon opbouwen. De klachten van betrokkene hebben m.i. een sterk funktioneel karakter hetgeen overigens door betrokkene zelf beslist niet zo kan worden gezien. Er is sprake van een zeer beperkt ziekte-inzicht en een hoge mate van defensiviteit.

Beantwoording van de vraagstelling:
Ik acht eiser medisch psychiatrisch gezien op 1 oktober 1993 en 1 juni 1994 in staat z'n eigen werk van programmeur gedurende 6 uur per dag te verrichten.
Op zich acht ik een neurologisch onderzoek, waar in het verweerschrift van betrokkene melding van wordt gemaakt, niet direkt nodig.
Betrokkene kan uiteraard inzicht krijgen in mijn rapportage.

Hoogachtend,
E2., psychiater


Dit krankzinnige rapport heb ik ten diepste opgevat, als een poging om mijn leven te beëindigen. Ik werkte toen halve dagen, en dat was op de grens van mijn fysieke kunnen. Dat was ook geestelijk een flinke belasting. De psychiater probeert mij persoonlijk tot de grond toe af te breken, door zijn zeer kwetsende mening met een heel pakket van leugens te onderbouwen.
Doordat de psychiater mij beoordeelt, heeft hij macht over mij. Naar mijn mening misbruikt hij die macht op zeer grove wijze.

De Rechtbank stelde de psychiater aan als deskundige om mij te onderzoeken. Ik kan er dus van uit gaan dat de psychiater het rapport niet in een opwelling heeft geschreven, maar dat hij het rapport doelbewust, moedwillig en weloverwogen op die krankzinnige manier heeft geschreven.

Overigens kreeg ik er in emotioneel opzicht pas echt moeite mee, toen bleek dat wanneer een dokter dat rapport las, dat die dokter dan alle absurde onzin nog serieus nam ook.
Daarvoor dacht ik dat er waarschijnlijk niemand in de wereld zou zijn, die zo'n rapport serieus zou nemen.

Ik kon het later beter een plaats geven toen iemand (een osteopaat) mij vroeg of er ook positieve dingen in dat rapport staan over mij.
Die kan ik niet vinden, dus van een serieuze beoordeling lijkt geen sprake.

Mijn naaste familie heeft het rapport van de psychiater (nog) niet gelezen. Zij mogen het van mij natuurlijk wel lezen, maar ik heb hen verteld, dat ze na het lezen van dat rapport niet meer dezelfde zullen zijn. Daarop hebben zij besloten het niet te lezen.

Je kunt verder gaan met de beroepszaak, en lees wat mijn advocaat over dit rapport schreef. Of je kunt mijn eigen bespreking van het psychiatrisch rapport lezen, dat tot een klacht bij het Medisch Tuchtcollege leidde.

Speculatie
Op mijn website probeer ik zo weinig mogelijk te speculeren. Maar omdat dit rapport van de psychiater een krankzinnig en zeer leugenachtig rapport is, waag ik me er deze keer wel aan.

Dus waarom is het rapport zo negatief, zo leugenachtig, en waarom scheldt de psychiater in zijn rapport mij verrot (want zo vat ik het laatste deel van het rapport op). Tijdens het gesprek was daar namelijk helemaal geen sprake van, en een discussie of het wel of niet psychisch zou zijn, heeft niet plaats gevonden.
Ik kan het volgende bedenken:

Laatste wijziging van deze bladzijde: augustus 2011