Psycholoog F3.

1992

In 1992 had ik met deze psycholoog gesproken. Ik had toen contact met haar gezocht vanwege de gang van zaken bij het psychisch onderzoek bij het Riagg.. Ik vond dat het bij het Riagg er niet normaal naar toe ging.

Op 15 juli 1992 stond er een artikel in de krant over een christelijke psychologe.
krantenartikel
Ik belde die psycholoog op, en vroeg of zij iemand wist waarmee ik kon praten over de gang van zaken bij het Riagg en mijn gezondheidsproblemen. Zij stelde voor om met haar zelf een afspraak te maken. Bij het Riagg bleven ze maar kwetsende vragen stellen, en dat leidde nergens toe. Volgens mij hadden ze bij het Riagg ook geen idee waar ze mee bezig waren. Het verschil met psycholoog F3. was daarom erg groot, met haar kon ik wel van mens tot mens praten.
Voor zover ik terug kon vinden, ben ik naar psycholoog F3. geweest op: 21 juli 1992, 28 juli 1992 en 7 september 1992

Hieronder staan de nota's. De eerste is 45 gulden, de middelste is niet te lezen, en de derde is 50 gulden.
thumbnail

Achteraf is het heel goed geweest dat ik naar deze psycholoog ben gegaan. Want later dat jaar (in 1992) probeerde dhr. B10. bij het Riagg om mij een verdrongen herinnering aan te praten. Maar dat is hem niet gelukt, mede omdat ik door de gesprekken met psycholoog F3. wat weerbaarder was geworden.
Ik zei een keer tegen psycholoog F3., dat alles wat ze bij het Riagg kunnen, dat ik dat ook kan. Zei antwoordde daarop, dat zulke uitspraken in de hemel worden opgetekend. Het is nu achtien jaar later (2010), maar ik sta vanzelfsprekend nog steeds achter mijn opmerking.


1993

Op 27 oktober 1993 stond er ook een artikel over deze psycholoog in de krant. Deze keer op de voorkant van een wekelijkse lokale krant.
krantenartikel
De redactie van de krant had er de kop "Merendeel psychiaters moet nog wakker worden" boven gezet. In het artikel staan zinnen zoals: "De meeste psychiaters zitten nog vol psycho-analytische theorieën à la Freud".
Een psychiater, die ook nog eens de vreemde theorieën van Freud aanhangt, zal zich mogelijk door dit artikel aangesproken voelen.

De volgende alinea is zeer speculatief:
In 1994 liet de rechtbank mij door psychiater E2. onderzoeken. Die psychiater hing ook echt de theorieën van Freud aan. Het rapport van 26 oktober 1994 dat die psychiater schreef vind ik een krankzinnig rapport. Voor zover ik me nog kan herinneren had ik bij die psychiater verteld dat ik in 1992 met psycholoog F3. had gesproken. Dus nu vraag ik mij af, in hoeverre het kranteartikel heeft bijgedragen aan het krankzinnige rapport van de psychiater.
Volgens mij woonde die psychiater toen binnen het verspreidingsgebied van die krant, en hij werkte net buiten dat gebied.


1997

In 1997 ging ik opnieuw naar deze psycholoog, om verschillende redenen. Mijn huisarts had dat voorgesteld, en hij wilde dat ik dan het verslag van psychiater E2. mee zou nemen. Dat leek mij ook wel een goed idee, om een deskundig oordeel van een normaal mens te hebben, als tegenwicht tegen het rapport van psychiater E2.

Met psycholoog F3. kon ik gewoon van mens tot mens praten. Zij adviseerde vanzelfsprekend om naar anderen toe toch 'open' te blijven, en mijzelf (met mijn gezondheidsproblemen) niet voor anderen af te sluiten, ondanks dat ik regelmatig op onbegrip stuit.
Dat lijkt een logisch en misschien wel overbodig advies, maar in 2013 kwam ik door familieproblemen in een situatie waarbij voor mij de goede mensen niet meer opwogen tegen de slechte mensen. Daarmee waren medemensen voor mij iets dat meer ellende dan plezier opleverde, en zou ik het liefst de rest van mijn leven met helemaal niemand meer te maken willen hebben.

Hieronder staat de brief die psycholoog F3. aan mijn huisarts stuurde.

thumbnail thumbnail thumbnail

Aan Huisartsenmaatschap "###" t.a.v. dhr. R., huisarts,

Copy: t.a.v. mr. P.,

Betreft: de heer D., geboren: ###, wonende: ###; voorheen: ###.

Psychologisch rapport

Probleemstelling:

D. heeft pijn in zijn nek, bovenrug en in mindere mate onder in de rug zonder opmerkelijke stijfheid. De pijn neemt toe bij belasting in de loop van de dag en neemt in de loop van de nacht af Naast de pijnklachten in nek en rug heeft hij dagelijks frontaal veel hoofdpijn, die kan oplopen tot een zware migraine. Daarnaast heeft hij last van duizeligheid en moeheid. Hij is voor deze klachten behandeld in 1993, maar de klachten zijn niet weg. Hij wordt nog steeds gehinderd door de oplopende pijnen om normaal te leven en te werken. D. werkte als programmeur en kan niet langer meer voor halve dagen werken. Om de afgelopen jaren toch te functioneren werkte hij aan zijn conditie, hield rust en stootte alle nevenaktiviteiten (hobby's) en sociale contacten af die niet strikt noodzakelijk waren. Volgens sommige medische rapporten is hij fysiek in staat om zes uur per dag te werken als programmeur. Omdat D. dit afwijst en zegt, dat dit niet haalbaar is, werd hij medisch en psychiatrisch onderzocht. De conclusie uit deze onderzoeken was, dat medisch psychiatrisch gezien D. zijn werk als programmeur gedurende zes uur per dag wel zou kunnen verrichten. D. voelt zich niet serieus genomen en is een beroepszaak gestart.

Onderzoek:

D. is behandeld voor zijn pijnklachten o.a door D., osteopaat. Deze (9-8-1993) schrijft de klachten van D. toe aan zijn fysieke gestel: "De beperking van C2 is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de hoofdpijn en nekklachten". D. stelt voor op langere termijn D. opnieuw te onderzoeken om te zien of er verandering is opgetreden in zijn bewegingsschema. Op 23-8-1993 bevestigt S., reumatoloog, dat de klachten van D. toe te schrijven zijn aan een mechanisch-funktionele stoornis. Hij tekent daarbij aan dat de patiënt nerveus-gespannen is, wat de spierklachten niet ten goede komt. Hij adviseert manuele therapie gecombineerd met houdings- en ontspanningsoefeningen voor nek en rug. Als dit niet voldoende baat geeft, dan stelt hij eventueel een revalidatie-behandeling voor via de specialist R.. Voor een second-opinion verwijst hij naar D., arts in het B.instituut in A..

Conclusie: D. 's klachten werden toen serieus genomen en hij werd behandeld. Echter de klachten bleven. Sinds februari 1997 namen de klachten sterk toe.

Op 27 juni 1994 werd hij medisch onderzocht door S., orthopaedisch chirurg, die concludeert, dat D. niet ziek is, een matig ontwikkelde musculatuur heeft en constateerde enige kloppijn rechts paralumbaal T6 en lichte bewegingsbeperking in de nek. Orthopaedisch waren geen duidelijke afwijkingen. Op basis van dit medisch onderzoek zegt hij, dat D. zes uur per dag zijn werk als programmmeur kan verrichten. Hij negeert daarbij de pijnklachten, die D. verhinderen dit werk naar behoren te doen. Hij adviseert een onderzoek door een psychiater: "Gezien de in de anamnese genoemde klachten die patiënt naar voren brengt en de moeilijke situatie waarin hij terecht is gekomen, waarvoor waarschijnlijk geen lichamelijke afwijkingen aansprakelijk zijn, moet ik ter betere beoordeling van de gezondheidstoestand een onderzoek door een psychiater sterk adviseren."

Dit onderzoek vond plaats door E2., psychiater in M.. E2. rapporteerde op 26 oktober 1994 aan de heer W., griffier van de Arrondissementsrechtbank. E2. duidt het gedrag van D. als koppig, eigenwijs en rigide. Hij theoretiseert, dat er bij D. psycho-dynamisch sprake is van een emotionele ontwikkelingsstagnatie in de pre-oedipale fase, precieser (?) gezegd er zou sprake zijn van een emotionele stagnatie in de autonomiefase in de leeftijd rond 2-3 jaar. Dit zou hebben gezorgd voor emstige kontaktproblemen ook in de psychosexuele sfeer, ernstige rigiditeit en eigenwijsheid en koppigheid en het sterk somatisch reageren op externe stress, waarbij werk en sociaal verkeer de voornaamste bron van stress zouden zijn.

Bespreking:

E2. trekt deze conclusie o.a. omdat D. weinig sociale contacten onderhoudt, geen sexuele omgang heeft en geen hobby's (meer) heeft. D. heeft hem echter uitgelegd, dat hij belemmerd wordt in zijn sociale contacten, hobby's en werk door zijn pijnklachten. D. had als prioriteit te kunnen blijven werken, om in ieder geval maatschappelijk boven water te blijven door voor zover mogelijk, als een volwaardige werknemer te functioneren, ook al was dat dan voor halve dagen. Hij vond het werk leuk en wou het graag houden, omdat hij tot september 1996 nog hoop had om gezonder te worden. Hij liet daarvoor allerlei bezigheden en plezierige contacten schieten, die hem energie kostten en op den duur meer pijn bezorgden en reduceerde daarmee zijn bestaan. Hij heeft er alles aan gedaan om 50 % te kunnen blijven werken. De vraag is wel of het verstandig is om jezelf nagenoeg alles te ontzeggen alleen om aan het werk te kunnen blijven.

Volgens E2. moet de oorzaak van de klachten van D. gezocht worden in zijn psychische functioneren en dus psychogeen van oorsprong zijn. Hij schrijft dat er sprake is van psychopathologie.

Volgens een psychologisch onderzoek door drs. K7. echter, klinisch psycholoog, had D. alle vragenljsten zodanig ingevuld, dat er geen sprake is van een psychopathologisch profiel. K. schrijft: "Uitgaande van de resultaten van de testscores moeten we concluderen dat er met patiënt in psychosociale, dan wel psychiatrische zin niets aan de hand is. Over het algemeen scoort hij laag, tot zeer laag, wat betreft psychische en psychiatrische problematiek, dit soms in merkwaardige tegenstelling tot het gedrag dat hij in de testgesprekken laat zien. Hierbij is wel degelijk sprake van zichtbare spanning. Het persoonlijkheidsonderzoek geeft een normaal profiel, behalve de dimensie somatisatiestoornis, wat overeenkomt met zijn klachten".

Conclusie:

De klachten van D. zijn hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven aan een moeilijk te diagnosticeren somatisch probleem, waarvoor hij behandeling nodig heeft. De artsen R. en D. worden in de rapporten genoemd als mogelijke specialisten voor een behandeling. D. zal contact opnemen met artsen, die gespecialiseerd zijn op het gebied van Whiplash, waar men regelmatig stuit op problemen zoals die zich bij D. manifesteren. D. zal de juiste specialist moeten zien te vinden voor behandeling van zijn klachten.

Op basis van een voorlopig onderzoek naar het psychische welzijn van D., is mijn conclusie dat hij psychisch normaal is en niet lijdt aan enige psychopathologie. De vraag of D. een zogenaamde "somatiseerder" is, moet ik ontkennend beantwoorden.

Somatiseerders zijn mensen, die met hun problemen geen raad weten en wel aandacht durven vragen voor lichamelijke klachten, zoals hoofd-, rug- en buikpijn. Men komt dit nogal eens tegen bij vrouwen, die sexueel mishandeld worden of werden en die daarover niet durven, kunnen of mogen praten. Als ze met hun (spannings)klachten bij de dokter komen, wordt de aandacht meestal gericht op het somatische en niet op wat er psychisch met hen aan de hand is, dat ze angstig en niet tegen het geweld zijn opgewassen, waardoor hun persoonlijkheid ondermijnd wordt/werd.

Bij D. is er van dit alles niets aan de hand. Emotioneel functioneert hij als een normaal, gezond mens, die er terecht tegen in gaat, als men hem niet serieus neemt, die vriendelijk doch beslist protesteert, wanneer men hem als een emotionele kneus schildert, die functioneert op het nivo van een kind, die mogelijkerwijs geïrriteerd raakt wanneer men hem vervolgens in staat acht om zes uur lang inspannend hoog geschoold werk te verrichten, terwijl hij uit ervaring weet dat hij dit niet kan opbrengen vanwege zijn nek- en rugklachten, vermoeidheid en migraine.

Bij nadere beschouwing van het psychiatrisch rapport zou het niet onlogisch geweest zijn, wanneer de psychiater D. zou hebben geadviseerd met werken te stoppen omdat hij het fysiek niet aan kon.

Advies:

Het lijkt me verstandiger wanneer D. binnen de context van zijn mogelijkheden zich minder op het werk fixeert en meer op stimulerende en plezierige sociale contacten en ontspanning. Het zal goed voor hem zijn en misschien wordt dat niet tegen hem gebruikt.

Er is geen enkele reden te noemen om de pijnklachten van D. niet serieus te nemen. Hij wilde niets liever dan aan het werk blijven binnen de beperkingen van zijn fysieke mogelijkheden, omdat zijn werk zijn volledige interesse had. Wel is aan te nemen, dat de spanning waaronder hij moet leven, ook door deze gang van zaken, de klachten doen toenemen. Wordt hij adequaat behandeld en krijgt hij de ruimte die hij nodig heeft, dan zal het beter met hem gaan en ontmoet men inplaats van een "koppige en eigenwijze patiënt" (beschrijving psychiater), een coöperatieve, vriendelijke, meewerkende patiënt, die niet langer zich defensief hoeft te weren.

Hij lijkt mij een integere man, die alleszins er recht op heeft serieus genomen en geloofd te worden als hij zegt niet te kunnen blijven werken, hoe graag hij ook wil en ruimte te krijgen om aan zijn revalidatie te werken.

juli 1997

drs. F3.


Toen psycholoog F3. bovenstaand rapport schreef, had ik nog niet mijn eigen bespreking van het psychiatrisch rapport geschreven. Zij geeft aan, dat ik er tegen in ga, als ik verkeerd wordt afgeschilderd, omdat psychiater E2. dat zo heel nadrukkelijk in zijn rapport heeft opgeschreven. Maar bij het gesprek met psychiater E2. heeft er geen discussie of het wel of niet psychisch was plaatsgevonden.

Laatste wijziging van deze bladzijde: september 2010