Neuroloog R3.

Hierna noem ik neuroloog 'R3.' ook wel 'R.'. Dit moet ik later nog eens corrigeren.

1999

Neuroloog R3. is een bijzondere arts. Als ik haar naam noem bij de secretaresses van haar afdeling, dan krijgen die opeens een heel warm gevoel van binnen.

Dat ik naar neuroloog R3. ben gegaan, leverde uiteindelijk voor mij flinke nadelen op. Het ging helaas al mis nog voordat ik bij neuroloog R3. was.
Mijn huisarts had namelijk een verwijsbrief geschreven, waarin hij de indruk wekte dat er een psychische oorzaak was gevonden (dat is niet zo), en dat ik door veel dokters was onderzocht, maar dat er geen oorzaak was gevonden (dat is ook niet zo).
Bij neuroloog R3. vertelde ik dat ik goed was onderzocht door reumatoloog S8., en dat hij de oorzaak ook heeft aangegeven. Ik vertelde dat in 1997 mijn klachten een flink stuk waren verergerd waardoor ik mijn werk niet meer kon doen (daarvoor werkte ik nog halve dagen), en dat ik daarom bij neuroloog R3. was.
Achteraf gezien heeft neuroloog R3. vooral rekening gehouden met de onjuiste informatie van mijn huisarts, en heeft niet geaccepteerd wat ik vertelde.

In 1997 kon ik mijn werk niet meer doen, en toen besloot ik naar neuroloog R3. te gaan. Maar het ziekenhuis waar zij werkte was op anderhalf uur reisafstand. Vanwege mijn gezondheid lukte het pas twee jaar later om daar naar toe te gaan.
Op 11 januari 1999 ging ik naar haar toe.
Van te voren had ik mij goed voorbereid, en ik heb bij het eerste gesprek geprobeerd om duidelijk te vertellen, dat ik met de mechanische problemen, zoals vastgesteld door reumatoloog S8., te ver heb doorgewerkt, waardoor mijn klachten flink zijn toegenomen. Zij zei daarop, dat dat mijn klachten niet kan verklaren. En ik heb daarop niets gezegd, omdat ik begon te twijfelen.
Toch is daarmee het onderzoek een bepaalde richting op gegaan, en zijn vooral dingen onderzocht wat het niet was.
Ik heb neuroloog R. ook mijn zelf geschreven "eigen verhaal" gegeven.

Toen de neuroloog vroeg of ik mij voorover wilde buigen, maakten mijn onderste rugwervels een krakend geluid (ik had anderhalf uur in de auto gezeten als passagier, daardoor was er wat spanning in opgebouwd). Volgens mij was dat duidelijk te horen, en zegt iets over de spanning in mijn wervelkolom, maar ik betwijfel of zij dat met mijn klachten in verband heeft gebracht.

Zij vond mijn klachten ernstig genoeg om mij een weekje in het ziekenhuis op te nemen voor onderzoek. Dat werd 25 tot en met 29 januari 1999.

Ik liet ook de uitvoeringsinstelling weten, dat ik een weekje opgenomen werd voor onderzoek.

thumbnail

Aan:
  G. bv
  Kantoor G.
  t.a.v. Afdeling WAO
  G.

18 januari 1999

Geachte mevrouw, heer,

Hierbij deel ik u mee, dat ik voor onderzoek enkele dagen in het I. Ziekenhuis te B. opgenomen zal worden.

Datum van opname in ziekenhuis : 25 januari 1999
Datum van verlaten ziekenhuis : nog onbekend

Met vriendelijke groet,
D.


Zij liet mij ook door haar collega's onderzoeken:
  • orthopaedisch chirurg J.
  • anaesthesioloog G. (pijnarts)
  • internist R.
  • psychiater S.
  • revalidatie-arts S.
En zij liet de volgende onderzoeken verrichten:
  • M.R.I. scans
  • Röntgenfoto's
  • E.E.G.
  • bloedonderzoek

Neuroloog R. vroeg bovenstaande onderzoeken aan, en zette op de verwijsbrieven "onbegrepen nekklachten". Daarmee geeft zij volgens mij al een verkeerde indruk aan haar collega's, omdat "onbegrepen lichamelijke klachten" een diagnose is, waarbij na uitgebreid onderzoek geen oorzaken voor de lichamelijke klachten wordt gevonden.

Hieronder staat het rapport van het EEG onderzoek.

thumbnail
BrainlaB

AFDELING KLINISCHE NEUROFYSIOLOGIE

Naam: D.
ID nr: ###
EEG no.: 178/99
Geb. datum : ###
Datum onderzoek :28-1-99
Polikl./kliniek : unit 51
Aanvragende arts : Dr. R3.
Bewustzijnstoestand : Helder
Medewerking : Goed
Medicatie :
Laborant(e) : Marco
Medische indicatie : 001 cephalea

Verslag :

alpha ritme
Freq ca 9 Hz, ampl tot 50 uV, vorm vrij regelmatig, voorkomen in korte en langere reeksen, lokalisatie; mn Temporo-pariëto-occipitaal, gering spreidend naar Centrale gebieden.
Reactiviteit is goed, bij ogen open alpha-aktiviteit verdwenen en symmetrisch Occipitaal L-golven.
Beta-aktiviteit
Freq 14-24 Hz, ampl tot 10/15 uV, vorm onregelmatig, voorkomen in korte reeksen, lokalisatie; voornamelijk Fronto-centrale gebieden, diffuus spreidend in geringe mate.
Theta-aktiviteit
Freq 4-7 hz, ampl tot 30 µV, vorm onregelmatig, voorkomen geïsoleerd en in korte reeksen, lokalisatie temp gebieden, wisselend links of rechts, rechts wat overwegend, verder ook in Frontale en Centrale gebieden
Delta-aktiviteit
Freq 2½-3½ Hz, ampl tot 25 µV, vorm onregelatig, voorkomen geïsoleerd en enkele korte reeksen, lokalisatie
Temporale gebieden, (beter zichtbaar bij ogen open)

Enkele malen geïsoleerde steile v-golf van 6-7 Hz, tot 50 uV, diffuus/bilateraal synchroon.

Hyperventilatie Toename van de alpha-aktiviteit en temporaal wat toename van de theta-aktiviteit
Fotostimulatie Bij ogen open duidelijke directe volgreactie, symmetrisch en bij ogen dicht ook harmonisch volgen.

Konklusie :
Normaal EEG.

Dr. R3.


In het rapport hierboven staat "cephalea", dat betekend hoofdpijn.
Tijdens dat onderzoek lag ik met mijn hoofd op een onhandig soort rolkussen. Daardoor lag ik tijdens het onderzoek steeds ongemakkelijker. Dus dat kan best van invloed geweest zijn op de dingen die op het laatst zijn onderzocht.

Ik liet het Gak weten dat ik weer uit het ziekenhuis ben.

thumbnail
Gak Nederland bv
Kantoor Goes
t.a.v. Afdeling WAO
GOES

1 februari 1999

Geachte mevrouw, heer,

Ter aanvulling van mijn brief van 18 januari 1999, laat ik u hierbij weten dat ik het ### Ziekenhuis te Breda verlaten heb.

Datum van opname in ziekenhuis : 25 januari 1999
Datum van verlaten ziekenhuis : 29 januari 1999

Met vriendelijke groet,
D.

Onderstaande brief schreef de neuroloog aan mijn huisarts.

thumbnail thumbnail

NEUROLOGEN I. ZIEKENHUIS

JRA/mvdb

De Weledelgeleerde Heer
J., huisarts

Copie: R., internist
    G., anaesthesioloog
    W., psychiater
    J., orthopaedisch chirurg
    S., revalidatie-arts

B., 24 februari 1999
Betreft: D.

Zeer geachte collega,

Op 11.01.1999 zag ik op de poli neurologie en vervolgens tijdens een klinische opname van 25.01.1999 t/m 29.01.1999 voornoemde patient.

Probleem:
Al langer bestaan de nek- en rugklachten waarbij hij sedert december 1992 halve dagen werkt. Eigenlijk zijn de klachten al op zesjarige leeftijd ontstaan met ook in 1991 een periode van vermoeidheid. Verder een afgenomen concentratievermogen en hoofdpijn waarvoor ook een periode R.-begeleiding. De reumatoloog in V. kon geen reumatologisch probleem vinden. Verder is hij bij een psycholoog geweest. Er waren geen aanwijzingen voor somatisatie.

Sociale anamnese:
Hij woont sinds anderhalf jaar weer bij moeder omdat hij het eigen huishouden niet kan doen. Van beroep is hij computerprogrammeur op HTS-niveau. Sedert februari 1997 lukte het werken niet meer. Patient ligt regelmatig op bed, wandelt soms wat en leidt een teruggetrokken leven.

Neurologisch onderzoek:
Lange man. Leptosome bouw zonder verder specifieke neurologische afwijkingen.
Aanvullend onderzoek:
MRI L-cervicale wervelkolom:
Geen afwijkingen.
X-cervicale wervelkolom, X-thoracale wervelkolom en X-lumbale wervelkolom:
Geen bijzonderheden.
X-thorax:
Geen afwijkingen.
Routine bloedonderzoek met HLA-B27. vitamine B spiegels en schildklierfuncties alsook
lactaat, CPK-gehalte. Epstein Barrvirus, IgG en IgM:
Geen afwijkingen.
Consult collega R.:
Geen aanknopingspunten.
Consult collega G.:
Advies: Indocid en Tramal. Patient bleek de pijnmedicatie tijdens de opname niet nodig te hebben.
Aangevraagde consulten:
Collega J. en collega S. alsook collega W. zien patient nog verder poliklinisch.
Uitslag EEG:
Deze volgt nog.

Zelf heb ik ook nog een poliklinische afspraak lopen.

Met collegiale hoogachting,
Mevr. Dr. R3., neuroloog


In de brief staat dat ik de pijnmedicatie tijdens de opname niet nodig had. Dat ging iets anders. Ik had mijn eigen pijnstillers bij me, en die neem ik alleen als ik dat nodig vind. Maar toen werd mij duidelijk gemaakt dat ik in het ziekenhuis beter de pijnstillers van het ziekenhuis kon nemen, en dat heb ik toen gedaan.

Na alle onderzoeken had ik een afrondend gesprek met neuroloog R.. Zij zei tegen mij, dan het probleem een probleem met de belastbaarheid van mijn nek was. Maar volgens haar was dat niet neurologisch, omdat het geen ziekte van de hersenen, geen ziekte van het ruggemerg, en geen ziekte van het zenuwstelsel is. Volgens haar waren mijn klachten daarom niet neurologisch, maar zij benadrukte dat dat niet betekende dat ik niets zou hebben.
Neuroloog R3. heeft 3 jaar later voor de Centrale Raad van Beroep iemand onderzocht, die o.a. ook nekproblemen had (procedure LJN AT6439), en daar acht zij het gebruik van de nek beperkt. Alhoewel degene die zij onderzocht ook andere klachten had, vond zij zichzelf toen blijkbaar wel deskundig op het gebied van nekproblemen.

Zij had mij ook laten fietsen op een hometrainer. Toen ik daar afstapte, leek het alsof ik op luchtkussentjes liep, en later die dag voelde ik me flink beroerd, en de volgende dag meer hoofdpijn, wat ik met pijnstillers wel kon voorkomen, dat het teveel opliep. Met al die gegevens heeft zij niets gedaan, terwijl zij mij wel op die hometrainer heeft laten fietsen.
Zij zei dat als ik last van mijn nek had ik maar een paracetamol moest nemen. Daaruit bleek wel dat zij opeens mijn klachten totaal niet meer serieus wilde nemen.
Omdat ik aangaf dat ik het wel heel jammer vond, dat ik niet voor revalidatie in aanmerking kwam, zegde zij toe, dat ze de huisarts zou adviseren om mij naar revalidatie in mijn omgeving te verwijzen. Maar in haar brief aan mijn huisarts heeft zij dat niet geschreven. Toen ik het dossier opvraagde, bleek dat nog wel in haar handgeschreven verslag te staan.
Zij zei ook tegen mij, dat ik misschien maar moet accepteren, dat ik de rest van mijn leven invalide blijf. En op het eind van het gesprek zei zij, dat ik maar eens moest nadenken, wat mijn ziekte voor mij betekent, en dat ik dan misschien verder kom.

De reden dat zij die dingen tegen mij zei, komt waarschijnlijk door de orthopeadisch chirurg J., die geïrriteerd raakte, en tegen mij zei, dat hij het wel eens tegen de neuroloog zou gaan zeggen.

Hierna volgt de brief die zij aan mijn huisarts schreef:

thumbnail thumbnail

NEUROLOGEN I. ZIEKENHUIS

JRA/jb

De Weledelgeleerde Heer
J., huisarts

Copie: S., psychiater IZB
S., revalidatie-arts IZB

B., 22 juni 1999
Betreft: D.

Zeer geachte collega,

Op 18-05-1999 zag ik nogmaals bovengenoemde patient.

Er werd bij hem het volgende aanvullend onderzoek verricht waarvan bij de uitslagen nog niet bekend zijn:
EEG:
Normaal.
Laboratorium:
HLA-B27 was negatief. Bezinking 2 mm.
Consult collega J., orthopaedisch chirurg:
Conclusie: Er is hier sprake van meer habitueel geremd zijn van schoudergordels en wervelkolom. Behalve bewegingsbeperking zijn er geen duidelijke objectiveerbare afwijkingen op orthopaedisch gebied.
Consult collega S., revalidatie-arts:
Ernstig invaliderend pijngedrag met diffuse nekklachten waarvoor geen duidelijke revalidatiehulpvraag kon worden geformuleerd, zodat van verdere revalidatie werd afgezien.
Consult collega R., internist:
Geen aanwijzingen voor interne pathologie.
Consult collega S., psychiater:
Hiervan heb ik geen bericht mogen ontvangen.

Concluderend kan ik neurologisch voor het ernstige invaliderende klachtenpatroon van betrokkene geen verklaring geven. Dit heb ik uitgebreid met hem besproken. Verstandig lijkt mij dat patient hierover verder met de huisarts contact opneemt.

Zelf heb ik verder voorlopiggeen nieuwe afspraken meer gemaakt.

Met collegiale hoogachting,
Dr. R3.


Door de brief die neuroloog R. aan mijn huisarts schreef, wordt er door andere artsen automatisch van uitgegaan dat er dan lichamelijks niets te vinden is. Neuroloog R. zou toch ook moeten weten dat het zo werkt.

Hierna volgt haar handgeschreven verslag:

thumbnail

18/5/99
MRI cwk: gb
X Cwk / th wk / LS wk   X Thorax   gb
EEG gb
interne, TSH, vit B / EBV   gb
S.: geen reval indic.
J.: gb
R.: gb
dr G/G: indomethazine zn 50mg. en zn tramal 50mg
dr S.: -> alleen vragen gesteld.
advies -> ha.   second opinion reval arts aldaar.

18 MEI 1999 GEDICTEERD



2000

In 2000 vroeg ik een kopie van het dossier.
Volgens de patiënteninformatie van het ziekenhuis, moet bij een aanvraag voor inzage, ook vermeld worden waarom je dat wilt. Dus heb ik vermeld dat ik graag alles wil weten.


Aan: I.
t.a.v. de directie

4 september 2000
betreft: inzage (verzoek voor kopie van dossier)
bijlage: kopie identiteitskaart / patiëntenplaatje

Geachte mevrouw, heer,

Hierbij wil ik gebruik maken van het inzagerecht. Graag zou ik een kopie willen ontvangen van mijn dossier, van de afdeling neurologie (klinisch + poliklinisch). De kosten die daaraan verbonden zijn, zal ik vergoeden.

Toelichting:
Op 11 januari 1999, 15:00, en op 18 mei 1999, 8:50, had ik een afspraak bij Dr. R.. En als patient van Dr. R. was ik voor onderzoek opgenomen van 25 t/m 29 januari 1999. Nu zou ik graag een kopie willen van het dossier van de afdeling neurologie, zowel klinisch als poliklinisch.

De reden van mijn verzoek is dat ik graag alles wil weten.

Omdat ik zelf niet naar B. kan komen, zou ik graag een kopie van het dossier willen ontvangen, anders zal ik iemand machtigen, om het op te halen.

Met vriendelijke groet,
D.



2003

In 2003 stuurde ik de volgende brief:

thumbnail

Aan: A. Ziekenhuis, locatie M.
afdeling neurologie
t.a.v. de weledelzeergeleerde vrouwe,
Dr. R., neuroloog.

25 april 2003
bijlagen:
  • uw rapport, d.d. 22 juni 1999.
  • uw handgeschreven notities, d.d. 18 mei 1999.
  • kopie van mijn identiteitskaart en ponsplaatje.

Zeer geachte dr. R.,

In 1999 onderzocht u mij (ik had m'n eigen tuinstoel bij me, en u liet mij een weekje opnemen voor onderzoek). Graag zou ik wat meer duidelijkheid willen hebben over uw rapport.

Kan naar aanleiding van uw rapport aangenomen worden, dat het psychisch moet zijn?
Toelichting: Omdat de orthopeed van mening is, dat mijn nek- en rugklachten niet orthopedisch zijn, en het volgens u niet neurologisch is, wordt daaruit soms de conclusie getrokken dat de enige overgebleven mogelijkheid is, dat het dan psychisch zou moeten zijn.

Kunt u het volgende bevestigen?
U heeft mij laten fietsen op een hometrainer, en ik vertelde u, dat het daarna leek alsof ik op luchtkussentjes liep. En dat ik in problemen kwam, door bijvoorbeeld iedere dag te gaan wandelen.
Volgens u kan ik verminderd belastbaar zijn, maar heeft u voor mijn klachten geen neurologische verklaring, omdat er geen neurologische ziekte van hersenen, ruggemerg of zenuwen is.
U zei dat ik misschien moet accepteren, dat het mogelijk is, dat ik voor de rest van mijn leven gehandicapt ben.
U advies was, om met de huisarts te overleggen voor bijvoorbeeld revalidatie in mijn omgeving.

Bij voorbaat mijn hartelijke dank,
Hoogachtend,
D.


Op 22 mei 2003 belde neuroloog dr. R. mij op. Zij vertelde mij dat zij belde, omdat een brief schrijven erg lastig is, vanwege het vele werk en te weinig secretaresses. Zij bleef bij haar brief zoals zij die aan mijn huisarts stuurde, en vond haar zin: "Verstandig lijkt mij dat patient hierover verder met de huisarts contact opneemt" duidelijk genoeg. Zij vertelde dat zij alleen iets over de neurologische dingen iets kan zeggen, omdat dat haar specialisme is.
Ik vertelde haar nog dat zij een term uit een verslag van het R. verkeerd heeft opgevat, en dat de orthopeed zich aan mij irriteerde, en tegen mij had gezegd, dat hij het wel eens tegen de neuroloog zou gaan zeggen.
Tot slot zei de neuroloog dr. R. dat zij bereid is om mij opnieuw te onderzoeken, als ik klachten heb, die neurologisch zijn.

Als ik nu (2003) er nog eens over nadenk, dat had ik in 1999 een klacht bij het ziekenhuis moeten indienen tegen de neuroloog, de orthopeed en de revalidatie-arts wegens weigeren van zorg. En dan had het ziekenhuis kunnen bepalen bij welk specialisme mijn klachten horen, en welke arts mij ten onrechte had afgewezen.


2006

In de jaren daarna werd dit onderzoek steeds nadeliger voor mij. Omdat de meesten ervan uit gingen dat als er neurologisch en orthopedisch niets te vinden was, dat er dan niets lichamelijks aan de hand zou zijn. Op die manier werd zo ook de al gestelde diagnose van Reumatoloog S. naar de achtergrond gedrukt.
Het contact met mijn huisarts is duidelijk een stuk slechter, vooral bij huisarts A..
Ook voor de procedures met het UWV was het erg nadelig. Zo noemt de Centrale Raad van Beroep in 2006 in de uitspraak van mijn zevende beroepszaak nadrukkelijk dat bij de onderzoeken in 1999 "niet is gebleken van duidelijke objectiveerbare afwijkingen op orthopedisch of neurologisch gebied". Zo speelt zelfs voor de Rechtbank de al gestelde diagnose geen rol meer.

Ik stuurde onderstaande brief naar de neuroloog.

thumbnail

Aan: A. Ziekenhuis
Locate L.
t.a.v. mevr. dr. R3., neuroloog
B.

Datum: 14 november 2006

Geachte dokter R3.,

Op mijn website maak ik mijn UWV-dossier en mijn medisch-dossier openbaar. U heeft mij in 1999 onderzocht, en dat staat er ook bij.

Met deze brief laat ik u weten dat ik later uw volledige naam daarbij zal vermelden.

Mijn website: www.dossierd.nl
Als u klikt op de link "WAO- en Medisch-Dossier van D.", dan staat u in het overzicht ongeveer halverwege bij "neuroloog R3.".

met vriendelijke groet,
D.


Op bovenstaande brief kreeg ik geen reactie.

In 2006 vond ik neuroloog R3. nog steeds één van de beste neurologen van Nederland. Ik heb echter bijzonder veel spijt dat ik een beroep op haar deed, omdat het erg nadelig voor mij is (zowel voor mijn gezondheid, contact met huisartsen en in de procedures met het UWV).
Ik deed een beroep op neuroloog R3., maar zij verwees mij ook naar haar collega's en dat is misschien nog het grootste probleem. Als zij het onderzoek alleen zelf had gedaan, dan was er geen verkeerde informatie van haar collega's aan haar doorgegeven, en was het misschien anders gegaan.

2008

In 2008 had ik nog steeds nadeel van het rapport van neuroloog R3., want dat gaf al die jaren nog steeds problemen bij mijn huisartsen. Mijn mening over neuroloog R3. is daardoor veranderd, en ik vind dat zij een slechte dokter voor mij is geweest.

2011

In 2011 stond er een artikel van neuroloog R3. in het "Whiplash Magazine", dat is het blad van de "Whiplash Stichting Nederland". Het artikel heet: "Whiplash en de eventuele gevolgen: een probleem op meerdere fronten".
Er stond ook nog een reactie bij van twee dokters van de Medische Advies Raad van de Whiplash Stichting Nederland.
Ik vind het moeilijk om aan te geven waar het over gaat, en ik voel me er ook niet erg door aangesproken. Ik vind namelijk dat ik zelf geen echte whiplash heb, en mijn leven staat erg ver af van het artikel.

Laatste wijziging van deze bladzijde: februari 2012