Psychologische test

1992

Voorafgaand aan de psychologische test, had ik bij het Riagg eerst een aanmeld-gesprek met mevr. K9. gehad, en vele intake-gesprekken met dhr. B10..

Op 14 september 1992, 13:30 had ik bij het Riagg een psychologische test. Ik wist niet hoe lang het zou duren, maar ik heb de dagen daarvoor weinig gedaan, om lichamelijk wat fitter te zijn.
Voordat ik de testen deed, had ik eerst een gesprek met klinisch psycholoog drs. K7.. Hij stelde een paar vragen, die echter ook al door sociaal-psychiatrisch-verpleegkundige dhr. B10. waren gesteld (soms meer dan eens). Ik vond dat toen wat vreemd, maar achteraf blijkt dat niet vreemd te zijn, dat drs. K7. zelf ook een aantal vragen stelde.

Om problemen te voorkomen probeerde ik zo snel mogelijk antwoord te geven op de vragen van psycholoog drs. K7.. Toch viel het hem op, dat ik traag reageerde op zijn vragen. Hij zei toen, dat ik wel heel erg intelligent was, dat ik zo goed nadacht voordat ik een antwoord gaf. En ik was te langzaam, om te zeggen dat dat nergens op sloeg.
Achteraf blijkt, dat hij zichzelf aanpraatte dat ik erg intelligent was. Omdat uit de psychologische test niet bleek dat er sprake was van een psychisch probleem, moest hij iets verzinnen om toch te kunnen vinden dat het psychisch was. Hij heeft toen bedacht, dat ik zo intelligent was, dat ik de psychologische test zou kunnen saboteren.
Ik heb die test echter eerlijk ingevuld, en ik was niet bekend met zulke testen.

De testen bestonden uit een paar verschillende dingen, o.a. een MMPI test.
Ik kreeg ook de MMPI-test en een fantasie-aanvultest mee naar huis, om de volgende dag thuis in te vullen. Die heb ik ook de volgende dag ingevuld. Het antwoordformulier van de MMPI-test was een gele kaart. De MMPI-test heb ik nog een tweede keer nagekeken, en toen bleek ik een aantal vragen verkeerd opgevat te hebben, dus die heb ik met witte correctie-inkt nog gewijzigd.
De fantasie-aanvultest heb ik zomaar wat ingevuld. Ongeveer de helft kon ik zo invullen, en de overige dingen heb ik geprobeerd iets leuks in te vullen.
Voordat ik het terug bracht bij het Riagg, heb ik de papieren eerst gecopieerd.

De vragenlijst van de MMPI-test. Dit bestaat uit 565 vragen:
thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail thumbnail
Het antwoordformulier zoals door mij op 15 september 1992 ingevuld:
thumbnail
Op de achterkant van het antwoordformulier had ik nog een paar opmerkingen geschreven:
thumbnail
De fantasie-aanvultest, zoals door mij ingevuld:
thumbnail thumbnail

De uitslag van de test kreeg ik pas na vele weken te horen, de volgende brief was de oproep om te horen wat uit de testen was gekomen.

thumbnail

riagg zeeland

Ref.: SPT/HK/wvb

Middelburg, 10 november 1992

De heer D.

Geachte heer D.,

Hierbij nodig ik u uit voor een gesprek op dinsdag 24 november a.s. om 15.30 uur.

Ik verzoek u om alleen in geval van uiterste noodzaak de afspraak af te zeggen of een andere afspraak te maken (tel. ###).

Met vriendelijke groet,
K7.


De afspraak hierboven ging niet door, en een nieuwe afspraak ook niet. De ene keer had drs. K7. griep/verkouden, en de andere keer had ik griep/verkouden.
Maar de oproep hieronder ging wel door.

thumbnail

riagg zeeland

Ref.: SPT/HK/wvb

Middelburg, 4 december 1992

De heer D.

Geachte heer D.,

Uw afspraak van vrijdag 4 december kon niet doorgaan. Thans nodig ik u uit voor een vervolggesprek op dinsdag, 8 december a.s. om 15.30 uur.

Wanneer u verhinderd bent ontvang ik hiervan gaarne zo spoedig mogelijk bericht.

K7.


Op 8 december vertelde drs. K7. mij wat de uitslag van het onderzoek was. Hij begon het gesprek door mij te vertellen dat ze eruit waren, en dat het waarschijnlijk niet psychisch was. Dat interresseerde mij niet zo, ik wilde vooral weten wat er uit de test gekomen was. Ik had pen en papier bij me om dat op te schrijven.

Dit is het A4-tje dat ik schreef:

thumbnail

Later voegde ik er onderaan nog wat aan toe, en voegde het met het bijschrift aan het dossier toe.
De cursieve tekst hieronder heb ik in 1992 ter plaatse opgeschreven. De tekst onderaan (niet cursief) heb ik er later bijgeschreven.

thumbnail

psychosociaal + psychiatrisch: niets aan de hand
score algemeen: laag
depressies: laag tot zeer laag
persoonlijkheidsonderzoek: normaal profiel
één ding: somatisatie stoornis (somatisatie=lichamelijke klachten)
ik om eruit als gemiddeld normale man
hoog positief streefniveau in positieve zin
niet faalangstig
ik lijk niet gemotiveerd om in psychische dingen te zoeken
psychiatrisch lijkt niets aan de hand
-> of er is heel veel aan de hand (dan heb ik test gesaboteerd), of er is niets aan de hand.

"eigen notities van uitslag van RIAGG"
Bovenstaande notities heb ik in december 1992 ter plaatse opgeschreven, toen drs. K7. mij in een gesprek de uitslag van het psychologisch onderzoek meedeelde.
Omdat ik het woord 'somatisatie' niet kende, vroeg ik wat dat was. Drs. K7. zei toen zoiets als dat het lichamelijke klachten waren, of dat ik lichamelijke klachten had ingevuld in de testen. In de jaren daarna ben ik er van uitgegaan, dat het was, zoals drs. K7. had gezegd.
23 november 2001, D.


Hieronder volgt het rapport van drs. K7., wat in mijn dossier bij het Riagg zat. Wat hij opschreef blijkt iets anders te zijn, dan wat hij tegen mij vertelde.

thumbnail thumbnail

VERSLAG PSYCHOLOGISCH ONDERZOEK

de heer D. geboren ###

Vriendelijke, goedverzorgde jongeman, die adequaat het woord doet. In de testsituatie toont patiënt zich op zijn hoede, is wel bereid aan het onderzoek mee te werken, Maakt in de testsituatie zo nu en dan onderbrekingen, kan zich heel erg goed concentreren.

Doelstelling onderzoek:
onderzoek naar persoonlijkheidsstructuur van patiënt en daarop gebaseerd een keuze voor een behandeling.

Algemeen:
patiënt heeft zich in maart 1992 bij de Riagg aangemeld met slaapproblemen en concentratiestoornissen. In de intake werd geconstateerd dat er mogelijk sprake was van depressieve klachten bij een mogelijke passief-agressieve structuur.

Patiënt bleef sterk geloven in een somatische hypothese betreffende zijn moeheid. Omdat onduidelijk bleef wat er nu precies met patiënt aan de hand is, werd een psychologisch onderzoek bij hem verricht.

Bij patiënt zijn een aantal testen afgenomen op het gebied van klachten, prestatie-motivatie, depressieve klachten, persoonlijkheidskenmerken en een fantasie-zinaanvultest. In het algemeen heeft patiënt alle vragenlijsten zodanig ingevuld dat er geen sprake is van een psycho-pathologisch profiel.

Uitgaande van de resultaten van de testscores moeten we concluderen dat er met patiënt in psychosociale, dan wel psychiatrische zin niets aan de hand is. Over het algemeen scoort hij laag, tot zeer laag, wat betreft psychische en psychiatrische problematiek, dit soms in merkwaardige tegenstelling tot het gedrag dat hij in de testgesprekken laat zien. Hierbij is wel degelijk sprake van zichtbare spanning.

Op het gebied van de klachten-dimensie, meer specifiek de dimensie depressie, geeft patiënt aan geen klachten te hebben. Ook hier scoort hij laag, tot zeer laag, en komt hij overeen met de normgroep "normalen".

Ook het persoonlijkheidsonderzoek geeft een normaal profiel, behalve de dimensie somatisatiestoornis. Dit komt overeen met zijn klachten.

De voorlopige conclusie:
patiënt komt uit het psychologisch onderzoek voort als een gemiddelde, normale, goed geïntegreerde jongeman. Hij geeft aan weinig tot geen klachten te hebben, ook niet in relationele zin. Hij heeft een hoog positief streefniveau en is niet faalangstig. Alleen op de dimensie somatisatiestoornis springt patiënt er duidelijk uit, overeenkomstig zijn klachten. Op deze dimensie scoort hij ook in de normgroep psychiatrische patiënten hoog.

Mogelijke conclusie luidt dan ook dat patiënt lijdt aan een somatisatiestoornis, waarbij de persoonlijkheid beschreven moet worden als ontwijkend, aangepast en mogelijk passief-agressief. Patiënt blijft geloven in een somatische hypothese, is niet gemotiveerd om een psychotherapeutische behandeling aan te gaan. Patiënt ziet daar, mogelijk terecht, geen reden voor.

Mogelijk dat binnen de RIAGG nog geprobeerd moet worden om patiënt te motiveren om in te gaan op zijn functioneren, inclusief het functioneren op zijn werk.

Drs. K7.
klinisch psycholoog

jaar: 1992
K7.


De bovenstaande brief begint ermee dat ik me aangemeld zou hebben met slaapproblemen en concentratiestoornissen. Als zoiets op papier staat, wordt er al vanuit gegaan dat het wel psychisch moet wezen. Ik heb mij daarmee echter niet aangemeld, lees maar hoe het eerste aanmeld-gesprek met sociaal-psychiatrisch-verpleegkundige K9. ging.

Het probleem was, dat ik niet wist welke psychische problemen ik had, die mijn klachten konden verklaren. Het bovenstaande rapport word nogal eens uitgelegd, dat ik een psychische verklaring zou weigeren te erkennen.
Bij het onderzoek bij het Riagg heb ik niet gezegd, dat het niet psychisch zou zijn, toch word er zomaar opgeschreven dat ik sterk bleef geloven in een somatische hypothese. En dat wordt dan weer door sommige anderen uitgelegd dat het wel psychisch moet zijn, als ik dat niet zou willen toegeven.

Van de bovenstaande brief wordt soms gedacht dat de conclusies uit de psychologische test kwamen, maar de negatieve dingen die er in staan, die heeft drs. K7. van anderen overgenomen, en zijn niet waar.

Het bovenstaande rapport diende als basis voor de onderstaande brief. De onderstaande brief werd gestuurd als een reactie op een brief van keuringsarts R5., en in de onderstaande reactie werd opeens wel een psychische diagnose gesteld.

thumbnail thumbnail

riagg zeeland

Middelburg, 19 november 1992

Referentie: SPT/HK/gb

De heer R5., verzekerings-geneeskundige GAK
VLISSINGEN

Geachte heer R5.,

In antwoord op uw verzoek betreffende informatie omtrent de heer D., woonachtig ### te ###, geboren ### het volgende.

Patiënt heeft zich in maart 1992 bij onze instelling aangemeld met slaapproblemen en concentratiestoornissen. In de intake werd geconstateerd dat er mogelijk sprake was van depressieve klachten, bij een mogelijk passief-agressieve persoonlijkheid.

Therapeutisch gezien was er weinig contact, patiënt bleef sterk geloven in een somatische hypothese betreffende zijn moeheid. Omdat onduidelijk bleef wat er met patiënt nu precies aan de hand is, werd een psychologisch onderzoek bij hem verricht.

In het onderzoek werden een aantal testen afgenomen. Deze betroffen onder andere klachten-, prestatie-motivatietest, inventarisatie van depressieve klachten, persoonlijkheidsvragenlijst en een zinaanvultest.

In het algemeen heeft patiënt de vragenlijsten sociaal zeer wenselijk ingevuld. Als we uitgaan van de resultaten van de testscores moeten we concluderen dat er met patiënt in psychosociale, dan wel psychiatrische zin niets aan de hand is. Over het algemeen scoort hij laag tot zeer laag wat betreft psychische en psychiatrische problematiek. Dit in tegenstelling tot het gedrag dat hij in de gesprekken laat zien, waarin wel degelijk sprake is van spanningen. Wat betreft zijn depressies scoort hij laag tot zeer laag. Ook het persoonlijkheidsonderzoek geeft een normaal profiel, behalve de dimensie somatisatiestoornis. Dit komt overeen met zijn klachten.

De voorlopige conclusie luidt als volgt:
Patiënt komt, uit het psychologisch onderzoek voort als een gemiddelde, normale, goed geïntegreerde jongeman. Hij geeft aan weinig tot geen klachten te hebben, ook niet in relationele zin. Hij heeft een hoog positief streefniveau en is niet faalangstig. Alleen op de dimensie somatisatiestoornis springt patiënt er duidelijk uit. Hij scoort hier in de normgroep psychiatrische patiënten hoog. Onze conclusie luidt dan ook dat patiënt lijdt aan een somatisatiestoornis, waarbij de persoonlijkheid beschreven wordt als passief-agressief en ontwijkend. Er is weinig zicht op eigen functioneren,

introspectieve vermogens zijn gering. Patiënt blijft geloven in een somatische hypothese, is niet gemotiveerd om een psychotherapeutische behandeling aan te gaan.

Wij zullen binnen de RIAGG nog proberen om patiënt te motiveren om in te gaan op zijn functioneren, inclusief het functioneren op zijn werk, waarbij onze prognose enigszins pessimistisch is.

In de hoop u voldoende, ingelicht te hebben, verblijf ik,

met vriendelijke groet,
P/O
(secretaresse)
Drs. K7.,
klinisch psycholoog.

011199.
Blh. maakt bezwaar: Stelt dat deze brief niet meer geldig is.
NB Het dossier is bij het RIAGG vernietigd.
Dr. K7. heeft recent een nieuwe brief (rapport) geschreven. Deze zit voorin het dossier.
Deze inhoud zou gelden ipv de inhoud van bovenstaande brief volgens dr K7.
V5.


Het naschrift van bovenstaande brief is van de uitvoeringsinstelling.

Volgens bovenstaande brief zou dus een psychische duiding van klachten zijn vastgesteld. Dat betekent, dat het hebben van pijn- duizeligheids- en vermoeidsheidsklachten alleen al voldoende is om een psychische diagnose te stellen.

In de bovenstaande brief tel ik 8 leugens, en in het naschrift ook nog 1 à 2. Bovenstaande brief is één van de twee brieven die ik zo extreem asociaal en leugenachtig vond dat ik vond dat ik dat openbaar moest maken en dat jaren later leidde tot het openbaar maken van mijn gehele dossier (de andere brief is het rapport van 16 december 1992 van de keuringsarts voor de WAO).

De negatieve dingen die klinisch psycholoog K7. mij toeschrijft, zijn vanzelfsprekend niet waar. Hij heeft die dan ook zelf niet vastgesteld, want als ik vraag hoe hij daar aan komt, dan zegt hij dat hij dat van een ander heeft (hij zei dat bij de bemiddelingspoging in 2001).

In bovenstaande brief staat o.a. dat ik niet gemotiveerd was voor een psychotherapeutische behandeling. Die vraag stond bij de vragen die ik had ingevuld bij de psychologische test. Ik mocht die vraag alleen met "ja" of "nee" beantwoorden (of een kruisje zetten of zo iets). En ik heb daar inderdaad ingevuld dat ik dat niet wilde. Ik maakte de overweging dat ik dan eerst zou moeten weten wat er psychisch was voordat ik me zou kunnen laten behandelen. Maar doordat ik invulde dat ik dat niet wilde, wordt door velen er automatisch van uitgegaan dat ik niet zou willen meewerken en dat dus mijn klachten dan wel psychisch zouden moeten zijn.

Later startte ik nog een correspondentie met klinisch psycholoog K7., over bovenstaande brief.

Laatste wijziging van deze bladzijde: mei 2010